Free songs

Beleidsplan bovenschoolse plusklas CPOV

In Nederland hebben we vele jaren inspanning verricht om te zorgen dat de leerlingen, die leerachterstanden hebben, zoveel mogelijk passende ondersteuning krijgen om zich toch te kunnen ontwikkelen. Vanuit het potentieel van het kind wordt er alles gedaan om het kind te laten leren, groeien en ontwikkelen.

Deze inspanningen zijn minder vanzelfsprekend voor leerlingen die een (flinke) leervoorsprong kennen. De indruk bestaat dat zij zich wel redden. Er speelt echter een vergelijkbare problematiek: ook deze doelgroep ontwikkelt zich niet of onvoldoende, indien er geen aanpassingen zijn in het onderwijs. Zij kunnen nu niet vanuit hún potentieel leren, groeien en ontwikkelen. Indien er geen aanpassingen zijn in het onderwijs voor deze leerlingen, dan is de kans groot dat er regressie in plaats van progressie plaatsvindt in de ontwikkeling van dit kind (onderpresteren).

Het CPOV heeft in haar visie verwoord leeromgevingen te willen creëren waarin alle leerlingen hun talenten kunnen ontplooien.

De bovenschoolse plusklas CPOV is hiervan een voorbeeld. De plusklas realiseert een leeromgeving voor specifiek de doelgroep leerlingen die een flinke leervoorsprong kent: (hoog)begaafd. Dit initiatief is een deeltijds onderwijsvoorziening: één dagdeel per week gedurende 6 maanden.

 

Omvang leerlingen ‘aan de bovenkant’

Wij willen hieronder beschrijven welke omvang van leerlingen er is die in aanmerking zou kunnen komen voor meer verdieping of verbreding van één of meerdere vakken. Deze is 20-30% (richtlijnen SLO | Talent Stimuleren). De omvang meer- en hoogbegaafde leerlingen is 16% en 2,3% is hoogbegaafd. Er zijn dus naar inschatting 23 hoogbegaafde leerlingen en 137 meerbegaafde leerlingen per 1.000 leerlingen.

Om een indicatie te krijgen van de omvang leerlingen waar passend onderwijs ‘voor de bovenkant’ nodig is, kun je dus naar een brede doelgroep kijken 20-30% en naar een smallere doelgroep van 16% of 2,3%.

In Nederland zie je doorgaans de volgende onderwijsaanpassingen voor meer- en hoogbegaafde leerlingen:

compacten en verrijken in de klas

plusklas op school

bovenschoolse plusklas

leerjaar overslaan

onderwijsprogramma’s volgen bij VO

voltijd onderwijsprogramma voor hoogbegaafde leerlingen

thuisonderwijs

drop-out opvang instellingen

 

 

Leerlijnen ‘aan de bovenkant’

In Nederland worden de onderstaande 3 leerlijnen ‘compacten en verrijken’ gehanteerd als richtlijn voor het passend onderwijs van meer- en hoogbegaafde leerlingen:

In de tabel wordt duidelijk dat het reguliere onderwijsprogramma flink compact aangeboden

Leerlijn                     IQ                   Schrappen                   Reguliere kerndoelen   Verrijkende Surplus doelen
1e leerlijn                   > 115             40%                               60%                                   40%
2e leerlijn                   > 130             60%                               40%                                   60%
3e leerlijn                   >145             70-80%                         30-20%                             70-80%

kan worden: 40% tot zelfs 80% kan worden geschrapt voor deze leerlingen.

De eerste leerlijn betreft de meerbegaafde leerlingen (13,7%) en de tweede + derde leerlijn betreft de hoogbegaafde leerlingen (2,3%).

De ervaring leert ook dat dit in de praktijk vaak bij ‘richtlijnen’ blijft en de uitvoering van de richtlijn lastig blijkt. In voltijd passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen lukt het wel om dit met succes uit te voeren. Een rondje langs voltijds onderwijsvoorzieningen levert op dat leerlingen met veel meer welbevinden naar school gaan, meer welbevinden ook buiten school ervaren en meer schooladviezen Vwo afgegeven kunnen worden (95% in plaats van 39% onder de doelgroep hoogbegaafde leerlingen met een IQ van 130 of meer1).

 

1 De doorstroom van excellente leerling door het primair onderwijs (deel 1 van de drieluik), pagina 11, Figuur 1-1. Schooladviezen aan cognitief excellente leerlingen. Bron: PRIMA cohortonderzoek VI 1994- 2005.

 

Niveau van aanbod passend onderwijs

Op dit moment zijn er verschillende scholen die aanpassingen doen in het onderwijsaanbod voor de meer- en hoogbegaafde leerlingen. Het niveau van deze aanpassingen loopt sterk uiteen. De rangschikking van scholen wordt in onderstaande tabel heel globaal in beeld gebracht van niveau 1 tot en met niveau 5.

Niveau Titel Beknopte omschrijving
1 Reactieve ondersteuning De meer- en hoogbegaafde leerlingen volgen het reguliere onderwijs zonder enige passende onderwijs aanpassing.

Er wordt reactief gereageerd op onderwijsbehoeftes (vraag vanuit ouders).

2 Leerkracht afhankelijke ondersteuning De meer- en hoogbegaafde leerlingen volgen het reguliere onderwijs en afhankelijk van de leerkracht zijn er in het leerjaar (enkele) passende onderwijs aanpassingen in de

klas.

3 Basisondersteuning De meer- en hoogbegaafde leerlingen volgen het reguliere onderwijs en in alle leerjaren vindt structureel signalering

en een tot op zekere hoogte passende onderwijs aanpassing plaats in de klas. De aanpassing is echter niet voor alle hoogbegaafde leerlingen toereikend.

4 Gevorderde ondersteuning De meer- en hoogbegaafde leerlingen maken gebruik van de basisondersteuning, maar de zogenaamde moeilijke doelgroep wordt ook gesignaleerd en er is tevens een

verdergaande differentiatie en een verdergaand ondersteuningsaanbod in en/of buiten de klas. De aanpassing is voor een grotere groep hoogbegaafde leerlingen toereikend, maar voor een deel niet

(exceptioneel hoogbegaafd en/of twice-exceptional)

5 Gespecialiseerde ondersteuning De meer- en hoogbegaafde leerlingen maken gebruik van de gevorderde ondersteuning en kunnen gebruik maken

van zeer gespecialiseerde ondersteuning in gedragsproblematiek en leerproblematiek. Ook een voorziening als fulltime HB onderwijs valt onder deze

gespecialiseerde ondersteuning.

Aanbod Plusklas

Sinds geruime tijd wordt de bovenschoolse plusklas aangeboden binnen het CPOV. Het aanbod plusklas is te plaatsen als ‘niveau 4’ gevorderd ondersteuning.

Twee tot drie procent van alle basisschoolleerlingen is hoogbegaafd. Vaak wordt van deze kinderen gedacht: ‘die komen er wel’. De realiteit blijkt anders: een aanzienlijk aantal krijgt problemen op school, omdat het reguliere onderwijs nog niet altijd antwoord biedt op de specifieke leervragen en interesses van hoogbegaafde kinderen en deze kinderen niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Hoogbegaafde kinderen vinden lang niet altijd goede aansluiting in hun eigen groep. Vaak worden ze niet begrepen door hun klasgenoten, omdat ze op een ander niveau denken, praten en leren. Hoogbegaafde kinderen die zich, ondanks de preventieve aanpak op de basisschool, niet thuis voelen in het reguliere onderwijs lopen nogal eens vast, emotioneel en / of cognitief. Zij benutten hun vermogen niet en léren dat ook niet. Het kan zijn dat het kind niet meer gemotiveerd is voor school en leren, dat het faalangstig wordt en onder zijn niveau gaat presteren.

Het CPOV heeft in haar visie verwoord leeromgevingen te willen creëren waarin alle leerlingen hun talenten kunnen ontplooien. Ook vanuit de overheid is er de laatste jaren meer aandacht voor talent en excelleren. In principe worden binnen het CPOV alle leerlingen begeleid binnen de reguliere school; in een aantal gevallen lukt het niet om de hoogbegaafde leerling optimaal te begeleiden op school/groepsniveau en kan het beter of noodzakelijk zijn extra begeleiding en/of expertise in te schakelen. Om deze groep hoogbegaafde leerlingen goed te kunnen begeleiden is er daarom de bovenschoolse plusklas, die passend onderwijs en begeleiding biedt aan deze groep kinderen en onder leiding staat van gespecialiseerde leerkrachten.

 

Waarin onderscheidt dit aanbod zich van ‘het aanbod in de klas’?

  1. Het aanbod is niet beschikbaar voor alle leerlingen met een leervoorsprong, want alleen hoogbegaafde leerlingen met een enkelvoudige hulpvraag komen in aanmerking. Een enkelvoudige hulpvraag of duidelijke onderwijsbehoefte van een leerling die verder reikt dan wat de eigen school kan bieden.
  2. Het aanbod richt zich op tijdelijke intensieve begeleiding om een specifieke hulpvraag op te werken (sociaal, emotioneel of leerproblematiek).
  3. Het aanbod vraagt om een gespecialiseerde leerkracht voor de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen.
  4. Het aanbod wordt in een kleinere groep aangeboden, omdat de leerdoelen in de plusklas een meer intensieve begeleiding vragen van de leerkracht (meer individuele aandacht richting leerling).
  5. Het aanbod is erop gericht om uiteindelijk het leren en het welbevinden in de klas te verbeteren, waardoor de leerling zijn of haar potentieel ontwikkelt met behulp van het aangepaste onderwijs aanbod in de kl

 

Doelstelling

De bovenschoolse plusklas van het CPOV streeft een aantal doelen na, te weten:

 

Leren leren

Leren denken

Leren leven

 

Leren leren: Het aanbod van de methoden die op basisscholen gebruikt worden is voor het grootste deel gebaseerd op de gemiddelde leerling. Met soms een (te) kleine aanpassing voor de zwakkere en sterkere leerling. Dit betekent dat de hoogbegaafde leerling hiervan nauwelijks iets leert op school. Hij ervaart daardoor ook niet wat leren is en hoe leren gaat. Het leren is vaak lineair waardoor het doel waar uiteindelijk naartoe gewerkt gaat worden, vaak onzichtbaar blijft. In de plusklas wordt daarom gewerkt aan studievaardigheden, zoals leren plannen en mindmappen. Kinderen leren hierdoor hoofd- en bijzaken te onderscheiden en zich te verdiepen in onderwerpen.

 

Leren denken: Het aanbod op een basisschool sluit niet altijd goed aan bij de behoeften van hoogbegaafde kinderen. Er gaat veelal meer aandacht uit naar de lagere denkvaardigheden (reproduceren, begrijpen en toepassen) dan naar de hogere denkvaardigheden (analyseren, onderzoeken en evalueren). Daarnaast filosoferen we met de kinderen om tegemoet te komen aan hun van nature aanwezige onderzoekende en verwonderende houding. Een filosofisch gesprek bevat alle kenmerken van verrijkend lesmateriaal zoals die door de stichting Leerplanontwikkeling worden beschreven. Zo’n gesprek doet een beroep op creativiteit en beschikt over een hoog abstractieniveau. Het stimuleert een onderzoekende houding, doet een beroep op de zelfstandigheid van de leerling en lokt een reflectieve houding uit.

 

Leren leven: In het algemeen zit er in een basisschoolgroep hooguit één hoogbegaafde leerling (2 – 3% van de kinderen heeft een IQ van 130 of meer). Dit betekent dat een hoogbegaafd kind in zijn klas geen peers of ontwikkelingsgelijken heeft, die het nodig heeft om een reëel en positief zelfbeeld op te kunnen bouwen. Tijdens kring- en andere momenten in de plusklas kunnen de kinderen zich spiegelen aan elkaar. Door met elkaar in gesprek te gaan, bemerken ze dat er kinderen zijn die hetzelfde denken en ervaren als zij.

In de omgang met andere hoogbegaafde kinderen kunnen ze zichzelf zijn en op hun eigen niveau communiceren en leren samenwerken.

Hoogbegaafde leerlingen worden vaak niet op hun eigen niveau aangesproken. Daardoor lopen zij het risico om gedemotiveerd te raken, met allerlei problemen die daarmee samenhangen:

Onderpresteren

Verveling

Faalangst

Sociale problemen

Gedragsproblemen

Door aan de genoemde doelstellingen te werken, wordt geprobeerd bovenstaande risico’s te voorkomen of te beperken.

 

Rooster plusklas

De kinderen komen tussen 8.30 uur en 9.00 uur naar de locatie waar de bovenschoolse plusklas zich bevindt. In het eerste half uur mogen kinderen lezen of een spelletje met elkaar spelen. Dat zijn gezelschapspellen en denkspellen die kinderen in staat stellen om met elkaar nieuwe dingen te leren en elkaar beter te leren kennen op een prettige, gemakkelijke manier.

Vervolgens gaat de groep in de kring. In de kring staan sociale vaardigheden, leren denken en leren leren centraal. Thema’s die in de kring aan bod komen zijn o.a.:

– Faalangst

– Pesten, sterk staan

– Peers en vrienden

– Communicatie

– Je anders voelen

– Leren leren (werken met studiekaarten, mindmappen, geheugenoefeningen)

Er wordt de tijd genomen om met elkaar in gesprek te gaan over zaken waar de kinderen tegenaan lopen en waar voor ze een stukje herkenning bij elkaar kunnen vinden. Ook wordt in de kring gefilosofeerd. Dit wordt gedaan om de kinderen te leren hun mening duidelijk te verwoorden, te luisteren naar anderen en te leren van elkaars ideeën. Hierdoor wordt bevorderd dat kinderen leren zich in anderen te verplaatsen. De vragen die hierbij aan de orde komen, stellen de kinderen voor problemen. Door daar over door te praten en via gerichte vragen van de leerkracht tot de kern te komen, leren kinderen dat er meer kanten aan een probleem zitten en dat er niet altijd één oplossing of één waarheid is.

De invulling van de ochtend kan verschillen. Er wordt tijd gemaakt voor proefjes of experimenten en andere manieren van leren. Ook is er in aansluiting op een thema dat centraal staat tijdens een plusklasperiode een educatief uitstapje dat aanvullende informatie oplevert voor het project waaraan gewerkt wordt of er wordt een deskundige uitgenodigd.

Er wordt in ieder geval gewerkt aan diverse projecten. Dat kunnen projecten zijn die kinderen zelf kiezen, maar ook keuze-onderwerpen binnen een thema, ontdekkaarten of webkwesties. Het werken aan projecten geschiedt op een gestructureerde wijze. Dit heeft vooral tot doel om leerlingen te leren planmatig te werken. De leerlingen gaan aan het werk met een eigen onderwerp en formuleren daar leervragen bij.

Het werk van de kinderen wordt beoordeeld. Daarbij wordt voornamelijk op het proces gelet, naast het product. Aan het einde van een periode krijgen de kinderen een certificaat mee waarop alle onderdelen zijn genoemd waar aan gewerkt is met een schriftelijke beoordeling.

 

Criteria

De plusklas is bestemd voor leerlingen vanaf groep 4. De kinderen komen 1 dagdeel per week naar de plusklas. De indeling van de kinderen wordt bepaald door de plusklas commissie aan de hand van het aantal aangemelde kinderen en hun leeftijd. Om in aanmerking te komen voor deelname aan de plusklas wordt verwacht dat aangetoond kan worden door de school dat de leerling (hoog)begaafd is. De toelatingscommissie bestaande uit drie personen met verschillende functies binnen het CPOV beslissen (eventueel in samenspraak met de plusklasleerkrachten) over de toelating van de aangemelde leerlingen. In het aan te leveren dossier worden de volgende onderdelen verwacht:

– Digitaal aanleveren van het dossier

– Onderbouwde motivatiebrief / verslag van ouders én leerkracht

–    Cito-resultaten van de leerling met doortoetsing van minimaal één leerjaar (spelling, rekenen, studievaardigheden, begrijpend lezen; vakken indien van toepassing op het leerjaar van de leerling)

– Plan van aanpak (wat heb je tot dusver ingezet voor deze leerling?)

–    Indien aanwezig het verslag van een intelligentieonderzoek door een psycholoog of orthopedagoog dat heeft aangetoond dat er sprake is van een IQ ≥ 130 (met inachtneming van de betrouwbaarheidsgrenzen). Dit is geen verplichting.

–    Als de ouders toestemming geven ontvangen wij ook graag verslagen van eventueel ander psychodiagnostisch onderzoek.

– Indien aanwezig een ingevuld signaleringsinstrument. Dit heeft een pre.

–    De IB- er draagt zorg voor het volledig aanleveren van het dossier en dient het verzoek tot aanmelding in.

–    Aanmelding voor een volgende plaatsing in de plusklas is mogelijk. Als een leerling eerder een plaatsing heeft gehad bij de plusklas, wordt er bij een volgende aanmelding gekeken naar de onderwijsbehoefte van de leerling. De IB neemt hierin het voortouw. Zij neemt de ervaring van de plusklas leerkracht en de eigen leerkracht hierin mee. De onderbouwde motivatiebrief van ouders en leerkracht moeten nogmaals aangeleverd worden. De aanname is afhankelijk van de hoeveelheid nieuwe aanmeldingen. Nieuwe, eerste aanmeldingen gaan voor.

Wanneer de problematiek dermate ernstig is dat de betreffende leerling niet kan functioneren in de plusklas, zal door de plusklasleerkrachten na 6 – 8 weken contact worden gezocht met school en ouders om dit te bespreken en eventueel de keuze te maken de leerling niet meer naar de plusklas te laten gaan.

Wanneer er sprake is of blijkt te zijn van ernstige meervoudige problematiek zoals (hoog)begaafdheid en bijvoorbeeld een stoornis uit het autistisch spectrum en/of AD(H)D zal er bekeken moeten worden of deze leerling baat heeft bij de specifieke zorgbegeleiding van de plusklas. Blijkt de problematiek naast de (hoog)begaafdheid dermate ernstig dat de betreffende leerling niet kan functioneren in de groep en vereist de begeleiding een dermate andere aanpak dan die men in de plusklas hanteert, dan behouden de plusklasleerkrachten, na overleg met school en ouders, zich het recht voor om binnen 6 tot 8 weken na aanvang van deelname, de plaatsing van deze leerling in de plusklas af te ronden. De leerling moet gemotiveerd zijn om actief mee te doen aan de activiteiten in de plusklas.

 

Aanmelding

Een schooljaar bestaat uit twee plusklasperiodes. Voor de periode na de zomervakantie tot aan de kerstvakantie dienen de leerlingen te worden aangemeld voor 1 juni. Voor de periode die enige tijd na de kerstvakantie begint tot vlak voor de zomervakantie kunnen leerlingen worden aangemeld tot 1 december.

Het aan te leveren digitale dossier dient opgestuurd te worden naar administratie@speelkwartierveenendaal.nl. T.a.v. TLC Plusklas. Aanmeldingen die na de genoemde data worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

 

Contact met ouders

Elke plusklasperiode start met een informatieavond, waar de leerlingen, hun ouders en leerkracht(en) en intern begeleiders voor worden uitgenodigd. Deze avond heeft als doel uitleg te geven over de gang van zaken in de plusklas en is tevens een kennismaking met de andere leerlingen en hun ouders. Tijdens de plusklasperiode wordt er een moment ingepland dat de ouders met de plusklasleerkrachten in gesprek kunnen gaan (15 minuten- gesprekken). De periode wordt afgerond door met ouders en leerkracht een evaluatiegesprek te voeren op de school van het betreffende kind.

 

Contact met school

De plusklasleerkrachten nemen kort na de start van een nieuwe plusklasperiode contact op met de leerkracht en / of IB’ er van de scholen waar de leerlingen vandaan komen om elkaar te spreken over de betreffende leerling, diens aanmelding en aandachtspunten op school. Afhankelijk van de hulpvraag van de leerkracht worden er meer gesprekken gepland. De periode wordt indien gewenst afgesloten met een gesprek op de school van de leerling waar de plusklasleerkracht, de eigen leerkracht en de ouder(s) de plusklasperiode evalueren.