Free songs

 

Beleidsplan bovenschoolse Plusklas CPOV

Visie

Het CPOV heeft in haar visie verwoord leeromgevingen te willen creëren waarin alle leerlingen hun talenten kunnen ontplooien. Ook vanuit de overheid is er de laatste jaren meer aandacht voor talent en excelleren. Twee tot drie procent van alle basisschoolleerlingen is hoogbegaafd. Vaak wordt van deze slimme kinderen gedacht: ‘die komen er wel’. De realiteit blijkt anders: een aanzienlijk aantal krijgt problemen op school, omdat het reguliere onderwijs nog niet altijd antwoord biedt op de specifieke leervragen en interesses van hoogbegaafde kinderen en deze kinderen niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Hoogbegaafde kinderen vinden lang niet altijd goede aansluiting in hun eigen groep. Vaak worden ze niet begrepen door hun klasgenoten, omdat ze op een ander niveau denken, praten en leren.

In het nieuwe SWV wordt gesproken van basiszorg. Deze basiszorg vormt  op de basisschool het hart van goed Passend Onderwijs. Dat betekent dat  onderwijsprogramma’s en leerlijnen afgestemd zijn op leerlingen met een meer of minder dan gemiddelde intelligentie. De begrenzing van ondersteuning voor leerlingen op basis van IQ alleen wordt vermeden.

Hoogbegaafde kinderen die zich, ondanks de preventieve aanpak (de basiszorg) op de basisschool,  niet thuis voelen in het reguliere onderwijs lopen nogal eens vast, emotioneel en / of cognitief. Zij benutten hun vermogen niet en léren dat ook niet. Het kan zijn dat het kind niet meer gemotiveerd is voor school en leren, dat het faalangstig wordt en onder zijn niveau gaat presteren.

Om de scholen te helpen preventief te werken, is er een middag in de week beschikbaar van de plusklasleerkrachten, om ambulant de scholen te ondersteunen in hun aanpak van deze groep kinderen. Dit is een belangrijke pijler van de plusklas.

Daarnaast hebben we de curatieve aanpak: in een aantal gevallen lukt het niet om de hoogbegaafde leerling optimaal te begeleiden op school/klassenniveau en kan het beter of noodzakelijk zijn extra begeleiding en/of expertise in te schakelen. Om deze groep hoogbegaafde leerlingen goed te kunnen begeleiden is er daarom de bovenschoolse plusklas, die passend onderwijs en begeleiding biedt aan deze groep kinderen en onder leiding staat van gespecialiseerde leerkrachten. Op bestuursniveau zal er dus budget, aangepast aan de specifieke behoeften van de school en de plusklas, worden ingezet.

Doelstelling

De bovenschoolse plusklas van het CPOV streeft een aantal doelen na, te weten:

Ontmoeting met ontwikkelingsgelijken

v  Leren leren; gericht werken aan leerstrategieën

v  Leren leven

v  Leren denken

Ontmoeting met ontwikkelingsgelijken: Omdat hoogbegaafde leerlingen lang niet altijd goede aansluiting vinden binnen hun eigen groep en ze zich anders kunnen voelen en niet begrepen, is het goed om hen te laten ervaren dat er meer kinderen zijn zoals zij, aan wie zij zich kunnen spiegelen. In de omgang met andere hoogbegaafde kinderen kunnen ze zichzelf zijn en op hun eigen niveau communiceren en leren samenwerken.

Leren leren: Het aanbod van de methoden die op basisscholen gebruikt worden is voor het grootste deel gebaseerd op de gemiddelde leerling. Met soms een (te) kleine aanpassing voor de zwakkere en sterkere leerling. Dit betekent dat de hoogbegaafde leerling hiervan nauwelijks iets leert op school. Hij ervaart daardoor ook niet wat leren is en hoe leren gaat. Het leren is vaak lineair waardoor het doel waar uiteindelijk naartoe gewerkt gaat worden, vaak onzichtbaar blijft. In de plusklas wordt daarom gewerkt aan studievaardigheden, zoals leren plannen en mindmappen. Kinderen leren hiervan hoofd- en bijzaken onderscheiden en zich verdiepen in onderwerpen.

Leren leven: In het algemeen zit er in een basisschoolgroep hooguit één hoogbegaafde leerling (2 – 3% van de kinderen heeft een IQ van 130 of meer). Dit betekent dat een hoogbegaafd kind in zijn klas geen peers of ontwikkelingsgelijken heeft, die het nodig heeft om een reëel en positief zelfbeeld op te kunnen bouwen. Tijdens kring- en andere momenten in de plusklas kunnen de kinderen zich spiegelen aan elkaar. Door met elkaar in gesprek te gaan, bemerken ze dat er kinderen zijn die hetzelfde denken en ervaren als zij.

Leren denken: Het aanbod op een basisschool sluit niet altijd goed aan bij de behoeften van hoogbegaafde kinderen. Er gaat veelal meer aandacht uit naar de lagere denkvaardigheden (reproduceren, begrijpen en toepassen) dan naar de hogere denkvaardigheden (analyseren, onderzoeken en evalueren). Daarnaast filosoferen we met de kinderen om tegemoet te komen aan hun van nature aanwezige onderzoekende en verwonderende houding. Een filosofisch gesprek bevat alle kenmerken van verrijkend lesmateriaal zoals die door de stichting Leerplanontwikkeling worden beschreven. Zo’n gesprek doet een beroep op creativiteit en beschikt over een hoog abstractieniveau. Het stimuleert een onderzoekende houding, doet een beroep op de zelfstandigheid van de leerling en lokt een reflectieve houding uit.

Hoogbegaafde leerlingen worden vaak niet op hun eigen niveau aangesproken. Daardoor lopen zij het risico om gedemotiveerd te raken, met allerlei problemen die daarmee samenhangen:

  • Onderpresteren
  • Verveling
  • Faalangst en perfectionisme
  • Sociale problemen

Door aan de genoemde doelstellingen te werken, wordt geprobeerd bovenstaande risico’s te voorkomen of te beperken.

Criteria en aan te leveren stukken voor het dossier

De plusklas is bestemd voor leerlingen vanaf groep 3. Een dagdeel is bestemd voor leerlingen van groep 3 tot en met 5. Een ander dagdeel kunnen leerlingen van groep 6 tot en met 8 naar de plusklas.

De toelatingscommissie bestaande uit drie personen met verschillende functies binnen het CPOV beslissen,  in samenspraak met de plusklasleerkrachten, over de toelating van de aangemelde leerlingen.

Om in aanmerking te komen voor deelname aan de plusklas wordt verwacht dat aangetoond kan worden door de school dat de leerling (hoog)begaafd is. Daarvoor is het noodzakelijke dat onderstaande onderdelen ingevuld en opgestuurd worden:

–          Het aanmeldingsformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend door de leerkracht en de ouders.

–          De leerling  ervaart één of meerdere sociaal-emotionele of psychische  problemen als belemmering.

–          De leerling heeft een aantoonbare voorsprong van minimaal één jaar (daarvoor zijn de dle’s onmisbaar)

–          Leerlingen screeningslijst, bijv. Si-Di, DHH of een ander algemeen geaccepteerd instrument, waarmee wordt aangetoond dat de leerling voldoende kenmerken heeft  van hoogbegaafdheid.

–          Sociaal emotionele ontwikkeling in kaart gebracht m.b.v. licor, viseon, interactiewijzer etc. Dit mag  ook omschreven worden in de motivatiebrieven.

–          Onderbouwde motivatiebrief / verslag van ouders èn leerkracht

–          Cito-uitdraai (alle leerjaren)

–          Handelingsplannen / plan van aanpak (actueel)

–          Indien aanwezig:  het verslag van een intelligentieonderzoek door een psycholoog of orthopedagoog dat heeft aangetoond dat er sprake is van een IQ ≥ 130 (met inachtneming van de betrouwbaarheidsgrenzen). Dit is geen verplichting.

–          Naast hoogbegaafdheid is er sprake van leer-, sociaal-emotionele- en /of psycho-sociale problematiek in de ruimste zin.

–          De leerling moet gemotiveerd zijn om actief mee te doen aan de activiteiten in de plusklas.

–          Voor kinderen voor wie plaatsing van langer dan 1 periode gewenst is, wordt expliciet een motivatiebrief van ouders en leerkracht verwacht. De mening van de plusklasleerkrachten is daarbij doorslaggevend.

Leerling groep 8 en (hoog)begaafd (deze doelgroep bij voorkeur aanmelden voor het 1e half jaar van een schooljaar), blijkend uit de volgende gegevens:

  • Onderbouwde motivatiebrief / verslag van ouders èn leerkracht
  • Bepalen van de DLE. We gaan uit van een didactische voorsprong van minimaal 1 jaar op meerdere ontwikkelingsgebieden.
  • Overzicht CITO-lvs
  • Indien aanwezig het resultaat van een intelligentieonderzoek waaruit hoogbegaafdheid blijkt. Voor deze categorie leerlingen is het criterium sociaal-emotionele problematiek niet van toepassing.

Plaatsing en evaluatie

Nadat de toelatingscommissie een positief oordeel heeft uitgesproken over de deelname van een leerling aan de plusklas worden ouders en school op de hoogte gebracht van deze beslissing. Binnen een kort tijdsbestek wordt het kind met zijn of haar ouders uitgenodigd voor de kennismakingsavond. De eerste 4 weken van de plusklasperiode worden door de plusklasleerkrachten gebruikt om in te schatten of de bovenschoolse plusklas voor dit kind op dit moment de juiste plek is. Mochten er – door bijkomende problematiek in de ontwikkeling van een kind, waardoor het kind niet in staat is te participeren in de aangeboden activiteiten of anderen daarin belemmert – redenen zijn om de plaatsing te heroverwegen, zal er door de plusklasleerkrachten contact opgenomen worden met school en ouders.

Data aanmelding

Een schooljaar bestaat uit twee plusklasperiodes. Voor de periode na de zomervakantie tot aan de kerstvakantie dienen de leerlingen te worden aangemeld voor 1 juni. Voor de periode die enige tijd na de kerstvakantie begint tot vlak voor de zomervakantie kunnen leerlingen worden aangemeld voor de kerstvakantie. Het aan te leveren dossier dient opgestuurd te worden naar de Windroos t.a.v. dhr. P. Meivogel (piet.meivogel@windroosveenendaal.nl)/ toelatingscommissie Plusklas (Postbus 1103, 3900 BC Veenendaal).

Contact met ouders

Elke plusklasperiode start met een informatieavond, waar de leerlingen, hun ouders en leerkracht(en) en intern begeleiders voor worden uitgenodigd. Deze avond heeft als doel uitleg te geven over de gang van zaken in de plusklas en is tevens een kennismaking met de andere leerlingen en hun ouders.

Tijdens de plusklasperiode wordt er een moment ingepland dat de ouders met de plusklasleerkrachten in gesprek kunnen gaan (15 minuten-gesprekken).

De periode wordt afgerond door met ouders en leerkracht een evaluatiegesprek te voeren op de school van het betreffende kind.

Contact met school

De plusklasleerkrachten nemen kort na de start van een nieuwe plusklasperiode contact op met de leerkracht en / of IB’ er van de scholen waar de leerlingen vandaan komen om elkaar te spreken over de betreffende leerling, diens aanmelding en aandachtspunten op school. Afhankelijk van de hulpvraag van de leerkracht worden er meer gesprekken gepland. Daarbij zal ook in overleg met de leerkracht een PvA gemaakt worden voor het werken met de leerling in de school. Daarin zal expliciet aandacht worden gegeven aan de manier waarop deze leerling werkt. De periode wordt afgesloten met een gesprek op de school van de leerling waar de plusklasleerkracht, de eigen leerkracht en/of de IB-er en de ouder(s) de plusklasperiode evalueren. Daarnaast zijn de plusklasleerkrachten beschikbaar om presentaties te verzorgen en op schoolniveau mee te denken rond hoogbegaafdheid.

Aanbod

De kinderen komen tussen 8.30 uur en 9.00 uur naar de locatie waar de bovenschoolse plusklas zich bevindt.

In het eerste half uur mogen kinderen lezen of een spelletje met elkaar spelen. Dat zijn gezelschapspellen en denkspellen die kinderen in staat stellen om met elkaar nieuwe dingen te leren en elkaar beter te leren kennen op een prettige, gemakkelijke manier.

Vervolgens wordt de groep in tweeën gesplitst om in de kring te gaan. In de kring staan sociale vaardigheden, leren denken en leren leren centraal. Thema’s die in de kring aan bod komen zijn o.a.:

  • Faalangst
  • Pesten, sterk staan
  • Peers en vrienden
  • Communicatie
  • Je anders voelen
  • Leren leren (werken met studiekaarten, mindmappen, geheugenoefeningen)

Er wordt de tijd genomen om met elkaar in gesprek te gaan over zaken waar de kinderen tegenaan lopen en waar ze een stukje herkenning voor bij elkaar kunnen vinden. Ook wordt in de kring gefilosofeerd. Dit wordt gedaan om de kinderen te leren hun mening duidelijk te verwoorden en te luisteren naar anderen en te leren van elkaars ideeën. Hierdoor wordt bevorderd dat kinderen leren zich in anderen te verplaatsen. De vragen die hierbij aan de orde komen stellen de kinderen voor problemen. Door daar over door te praten en via gerichte vragen van de leerkracht tot de kern te komen leren kinderen dat er meer kanten aan een probleem zitten en dat er niet altijd één oplossing of één waarheid is.

De invulling van de ochtend kan verschillen. Er wordt tijd gemaakt voor proefjes of experimenten en andere manieren van leren. Ook is er in aansluiting op een thema dat centraal staat tijdens een plusklasperiode een educatief uitstapje dat aanvullende informatie oplevert voor het project waaraan gewerkt wordt of wordt een deskundige uitgenodigd.

Er wordt in ieder geval gewerkt aan diverse projecten. Dat kunnen projecten zijn die kinderen zelf kiezen, maar ook keuze-onderwerpen binnen een thema, ontdekkaarten of webkwesties. Elke plusklasbijeenkomst wordt afgesloten door het gemaakte werk in het digitaal portfolio te zetten. Hierdoor kunnen de kinderen eventueel thuis verder gaan en hun ouders en leerkrachten laten zien waar ze aan werken.

Het werken aan projecten geschiedt op een gestructureerde wijze. Dit heeft vooral tot doel om leerlingen te leren planmatig te werken. De leerlingen gaan aan het werk met een eigen onderwerp en formuleren daar leervragen bij.

Het werk van de kinderen wordt beoordeeld. Daarbij wordt voornamelijk op het proces gelet, naast het product. Aan het einde van een periode krijgen de kinderen een certificaat mee waarop alle onderdelen zijn genoemd waar aan gewerkt is met een schriftelijke beoordeling.