Bij beide groepen stond vriendschap centraal in de kring. Hoe ontstaan vriendschappen? Wat maakt iemand tot een echte vriend? Kun je honderd vrienden hebben? Kan een dier je vriend zijn? Vind jij jezelf een goede vriend(in)? Er werd in groepjes nagedacht over wat een vriendschap tot een vriendschap maakt en ook wat redenen kunnen zijn om een vriendschap te beëindigen. Interessant was het wanneer kinderen daarover van mening verschilden. Wanneer je iemand een vriend noemt kan enorm verschillen, wat voor verwachtingen heb je er bijv. van? Kernwoorden waren o.a. betrouwbaar zijn, eerlijk zijn, lol hebben met elkaar, zelfde interesses, opkomen voor elkaar, elkaar begrijpen en vergeven. Tijdens een (teken)opdracht ondervonden de kinderen het leidend of volgend zijn, wat ook in een vriendschap aan de orde kan zijn.

Raadsels over woorden en een groeiende waterlelie, de afwerking van projecten en de opstart van een nieuwe op basis van eigen onderzoeksvragen en rekenpuzzels behorend bij de Meesterproef vormden verder de invulling van de ochtend. Kinderen die nog niet eerder een logigram maakten, begrepen het ineens en kregen er nog plezier in ook!